Open kaart

19-09-2016 13:28

Mogen de mensen dan ook uít de sporthal?, vroeg een van de bezoekers van de inspraakavond over asielzoekers. Ja natuurlijk, antwoordde de burgemeester, het zijn geen criminelen. Dat was misschien niet iedereen met hem eens, maar het bleef rustig die avond. Het was kort na ‘Geldermalsen’, waar inwoners van de stad een dergelijke avond met geweld verstoorden. In de afgelopen maanden was met veel emotie over vluchtelingen gepraat, op elk niveau; en daarbij waren de gemoederen soms zeer hoog opgelopen. Aan mij was gevraagd om deze avond als gespreksleider op te treden. Twee bijeenkomsten waarin burgers hun vragen en zorgen over de noodopvang van vluchtelingen in hun gemeente, kwijt konden.

 

Een opdracht met een actueel en maatschappelijk relevant onderwerp als inzet: het gesprek moest nú gevoerd worden, want de asielzoekers kwamen al bijna. Relevant ook omdat mensen hier overduidelijk een mening over hebben en gehoord willen worden. Een spannende opdracht vond ik het.

 

Want het zinderde van de spanning. Hoe zorgen we ervoor dat deze bijeenkomst niet uit de hand loopt? Niet zoals in Geldermalsen, was de taakstelling! Dus, om zicht te hebben op wie binnenkwam, werd om te beginnen legitimatie verplicht bij binnenkomst. En was er een tactisch deurbeleid voor de mensen die zich niet van tevoren hadden laten registreren. Hen werd rustig verteld te wachten tot er een mogelijkheid was hen binnen te laten (als er plaatsen open bleven). Dan was er verder de vraag hoe het programma er zou uitzien, en hoe de rolverdeling van de bestuurders was. Gaan we een soort talkshow houden waarin bezoekers en bijvoorbeeld ook hulpverleners aan het woord komen? Of vertelt de burgemeester gewoon eerst z’n verhaal en is de rest van de tijd voor de vragen van burgers? Dat laatste leek het beste. Mensen komen tijdens zo’n bijeenkomst niet alleen voor informatie, maar ook, of misschien wel vooral om hun emoties en zorgen te uiten.

 

Mensen in een zaal vragen laten stellen over een beladen onderwerp; emotionele, bezorgde en soms gefrustreerde mensen. Hoe leid je dat in goede banen? Ik wist dat ik dit zou kunnen, in de voorbespreking toonde ik me deskundig en standvastig. Maar ergens wist ik ook dat het goed mis zou kunnen gaan. Afgaand op wat ik in de krant las en voelend wat het maatschappelijke sentiment was, zou het wel eens een heel lastige avond kunnen worden.

 

De formule die ik had bedacht was niet ingewikkeld, maar vereiste echt contact met ‘mijn’ zaal. Ik zou de verbindende schakel zijn tussen het bestuur en het publiek. Ik zou ervoor zorgen dat alles gezegd zou mogen worden. Er moest ruimte zijn om angsten te delen, om frustraties te uiten, maar ook voor steunbetuigingen. Ik opende met het benoemen van de onrust in het land, met de feiten dat avonden als deze ook uit de hand kunnen lopen. Ik sprak daarom eerst spelregels af met de zaal. ‘Iedereen mag vandaag zijn mening geven. En ik vraag u om elkaar uit te laten spreken. Ook als u dingen hoort waar u het  helemaal niet mee eens bent. Kunnen we dat afspreken?’ In de stilte die volgde, keek ik de mensen allemaal aan, ik nam de tijd en peilde mijn pappenheimers. En met niemand die opstond om ‘oneens’ te zeggen, tikte ik deze afspraak af. Met de tweede spelregel ging het net zo. ‘U krijgt het woord als ik met de microfoon bij u ben. Alleen dan. Zo kan iedereen het goed horen.’ Ik liet opnieuw een stilte vallen en had non-verbaal contact met de mensen in de zaal. En ook over deze spelregel kreeg ik commitment, niemand was tegen. Er was verbinding ontstaan en ze hadden er indirect mee ingestemd dat ik deze avond hun gespreksleider zou zijn. We konden beginnen!

 

Deze aanpak werkte als een trein. Iedereen was gefocust en luisterde. Het was helder dat ik er voor hén was en tegelijkertijd het heft in handen had. Ik gaf ruimte voor vragen, alle vragen. Ik ging niemand uit de weg, kwam naar iedereen toe, en keek ze van dichtbij in de ogen: ‘we spelen open kaart hier’. Men was oprecht in z’n emotie en daar gingen we allemaal respectvol en integer mee om. Ook de minder politiek correcte mening kreeg ruimte, zorgen werden serieus genomen. Ik hielp soms door samen te vatten wat de kern van iemands ‘betoog’ was. En pakte de bestuurders aan als ze onduidelijk of ontwijkend waren in hun antwoorden. En ik maakte keuzes: soms moest ik mensen afkappen, ze eraan herinneren dat deze vraag al gesteld was, of laten wachten omdat ik me moest verplaatsen naar de andere kant van de zaal. Maar dat accepteerden ze; ik was duidelijk, betrokken, onpartijdig en gelijkwaardig.

 

Na afloop was er opluchting. De burgemeester was blij over het goede verloop van de bijeenkomst. En ik was blij mét hem. Want het was een bijzondere avond geweest. In een zaal met honderden mensen hadden we een intieme, respectvolle sfeer weten te creëren, een klein huiskamergevoel. Er was openheid en echt contact geweest. En daar was ik oprecht blij mee. Er was deze avond geen goed of fout, er waren geen winnaars of verliezers. Het was duidelijk dat iedereen wel wilde bijdragen aan een mogelijke oplossing voor deze enorme humanitaire ramp. Maar dat het niet iets was waar je alleen maar ‘ja’ op kunt zeggen. Daar hadden we allemaal begrip voor getoond, en naar ieders zorgen, bedenkingen en ideeën hadden we geluisterd.   

reacties  0 reacties reageren