Meebewegen

31-05-2016 15:40

Collegiale feedback kan mijn dag echt goed maken. Regelmatig neem ik met collega’s de stand van ons vak door. We zijn lid van de vakgroep GoedeDagVoorzitters en komen maandelijks in kleine setting bij elkaar, praten over ons vak en leren van elkaars ervaringen. We passen vaak intervisie toe. In zo’n intervisie-bijeenkomst vroeg collega Kim Coppes ons laatst een ‘leerscene’ na te spelen. We moesten een moment vastzetten waarop we in ons gevoel waren vastgelopen, of waarover we niet tevreden waren. Ik koos een voorval waarvan ik wist dat ik het bij het goede eind had gehad, maar waaraan ik toch een gevoel van falen had overgehouden. Spannend om zo’n moment met je vakbroeders en –zusters te delen. In die scene zag ik plotseling wat er had moeten gebeuren: if you can’t beat them, join them!

 

Wat eraan vooraf ging.

 

Als dagvoorzitter vind ik dat iedereen tot z’n recht moet komen: de opdrachtgever die een inleiding houdt, gasten die meedoen aan een paneldiscussie, en natuurlijk, ja natuurlijk de mensen in de zaal. Want je wilt geen indommelende of verveelde toehoorders. Dus meteen het publiek erbij betrekken, zodra je de kans krijgt.
Dat deed ik ook bij de opening van het studiejaar van een Hogeschool, een paar jaar geleden. Geen leuker publiek dan studenten. En ‘de student’ stond ook nog eens ‘centraal’ volgens het programma. Die middag zou gaan over ‘jezelf overtreffen’, over ondernemerschap en de inhoudelijke binding student-docent; deze Hogeschool beloofde persoonlijk onderwijs, met docenten die hun studenten bij naam kennen. Binding niet alleen op inhoud dus, ook op persoon.


Ik ging dus interactief van start, de zaal in, vragen stellen, nieuwsgierig maken. Geen formele openingsspeech door de nieuwe voorzitter van het Bestuur, maar beweging! Daarna kreeg híj in een kort interview de gelegenheid om te vertellen wie hij was, en wat dit nieuwe studiejaar zou brengen. Een spreker zou daarna z’n licht nog laten schijnen; docenten, studenten, onderwijsmanager, lector én mensen uit het bedrijfsleven gingen over het thema met elkaar in discussie, en was er ook nog de prijsuitreiking van de bachelors-award door de voorzitter van de Raad van Toezicht. Elke minuut zou benut worden.


Iedereen kreeg de ruimte, ook de nieuwe bestuurder, die aan het einde nóg eens tien minuten spreektijd kreeg, voordat de prijzen werden uitgereikt. Maar toen zijn verhaal eerst uitliep naar twaalf, en vervolgens de vijftien minuten passeerde, greep ik in, móest ik ingrijpen. Ik probeerde hem op een charmante manier, met een grapje, te laten afronden. De tijd was op, het programma liep uit. Maar hij liet zich niet afbreken. De ongemakkelijke sfeer die daardoor ontstond - hij praatte door en de zaal had geen interesse meer - kon niemand mij aanrekenen. En toch voelde dat zo. Het voelde aan als een misser.


Deze scene gebruikte ik in de intervisie met mijn collega’s. En opeens zag ik het! Ik had hem op de inhoud moeten aanspreken. Door in te gaan op zijn verhaal en daarover een gerichte vraag te stellen, had ik het gesprek subtiel kunnen overnemen. Niet de strijd aangaan over wie het voor het zeggen heeft. Of de procedures benadrukken: we lopen uit! Who cares, als het interessant is dan lopen we maar uit. Inhoudelijk meebewegen en zo het heft weer in handen nemen, dát was het leerinzicht!

 

 

reacties  0 reacties reageren

Gnant

20-05-2016 19:07

Ik ga op de fiets, dacht ik op 21 april. Ik moest in Leiden zijn om er de werkconferentie ‘Innovatie’ van een waterschap te leiden. Het was prachtig weer en vanaf mijn huis was het maar 25 km. Daar doe je op de fiets ongeveer vijf kwartier over.

En wat is 25 km in vergelijking met de 350 die ik een maand geleden in Vietnam voor mijn kiezen kreeg. Ik fietste ik er met 25 andere vrouwen een sponsortocht (Cycle4Girls) om geld en aandacht te vragen voor meisjesrechten in Vietnam. Plan Nederland doet er projecten om te zorgen dat meisjes toegang krijgen tot onderwijs, gezonde voeding en veilig drinkwater. Wij bezochten een paar van die plekken en ontmoetten er ‘onze’ meisjes. Een geweldige belevenis, maar ook behoorlijk afzien, ondanks de stevige voorbereiding met mijn (71-jarige) schoonvader.

 

Lekker op de fiets naar de conferentie dus. Op de elektrische fiets als ik eerlijk ben. Met m’n geföhnde haar half opgestoken en beschermd onder een netje, joggingbroek en fietsschoenen aan, werkkleding in de fietstas. Mij kan niks gebeuren. Ik gebruik de accu zuinig om niet leeg te raken, maar met een flinke tegenwind doe ik er langer over dan gepland. Kom dus iets later aan dan ik wilde, sneak met iemand de fietsenstalling binnen en hoop ongezien de wc’s te vinden waar ik me wil verkleden. Snel, want ik heb nog van alles te doen voordat de conferentie begint: geluid controleren, de indeling van de zaal bekijken, kennismaken met de gasten. Ik begin een lichte stress te voelen. Helemaal als ik op weg naar de toiletten mijn opdrachtgever tegen het lijf loop. Daar staat haar dagvoorzitter: in joggingbroek (gelukkig met een lange jas eroverheen), enigszins verwaaid, gehaast. Het ontgaat haar gelukkig totaal, druk als ze het zelf heeft met de voorbereiding.

 

Ik duik een wc in, stal alles wat ik nodig heb, uit rond de wc-pot, en begin me half zittend te verkleden. Dan gaat de klink omlaag en trekt iemand de deur open; ai ai, vergeten op slot te doen! Ik stelde me later voor wat die vrouw gezien moet hebben toen ze de deur open deed. Wat is dit gênant! Niet alleen voor mij, ook voor haar. Meet de dagvoorzitter.

Het werd vervolgens een levendige conferentie. Want er gebeuren mooie dingen bij de waterschappen: volop bezig met de ‘poepfabriek’, duurzame energie opwekken, natuurbeheer, dijken op veen. Hoe kan samenwerken innovatief gedrag stimuleren was het thema. Wat werkt wel en wat niet? In workshops gingen de deelnemers met elkaar aan de slag over die vragen, waarna ik een spannend debat mocht leiden over de uitkomsten. ‘Mensen doen soms geen fuck, en dat moet je durven zeggen’, zei de jongste deelnemer aan het debat, een 15-jarige jeugd-waterschapbestuurder. Recht voor z’n raap, daar heb je wat aan.

 

Als ik in een prachtig voorjaarszonnetje terugfiets langs de Vliet, klus geklaard, met een mooie bos bloemen, voel ik me een rijk mens! Ik bedenk ineens dat ik bijna de hele weg langs het water rijd; dat kan eigenlijk geen toeval zijn.