Van offline naar hybride gespreksleiding .… mijn coronareis

Van offline naar hybride gespreksleiding .… mijn coronareis
01-07-2020 17:56

10 maart 2020, ik sta op het podium van de Nieuwe kerk in Den Haag voor, wat later blijkt, mijn laatste ouderwetse offline klus. Het gonsde al om ons heen… de corona pandemie breekt uit. Die week beginnen de annuleringen ook binnen te stromen, (overheids-) organisaties wilden het risico niet lopen en kozen het zekere voor het onzekere.

 

Zaterdag 14 maart gingen we, ook zo bleek, voor de laatste keer uiteten voordat wij mijn moeder die avond ging ophalen van het station die terugkwam van een weekje familiebezoek in Duitsland. De dag erna werd om 17.30 tijdens de eerste landelijke persconferentie plotsklaps besloten dat om 18.00 (!) alle horeca in Nederland stand te pede dicht moest. Met verbazing en lichte verontwaardiging hoorden wij dit aan. Kon dat echt, zomaar, zo snel worden besloten in ons Nederland?

 

#OmiCoromi

En gevoel van bezorgdheid, focus én avontuur maakte zich van mij meester. Allereerst moesten we zorgen dat onze jongste dochter, die ook in Duitsland verkeerde voor een stage, terug zou komen naar Nederland voordat de grenzen zouden sluiten.

Alle schaapjes moesten op het droge en daar hoorden onze kinderen maar ook mijn moeder bij. In een gevoel van ‘we zijn op een missie’ richtte we onze Ark van Noach in en zorgden we ervoor dat onze ark voor 6 personen klaar was voor de strijd en het avontuur van Corona. Ik besloot op de eerste dag van de officiële coronalockdown het avontuur met mijn moeder vast te leggen in een dagelijkse vlog #omicoromi, niet wetende dat ik dit 56 dagen vol zou houden.

 

#Goededagvoorzitters

Toen de ark was ingericht kwam ook de realiteitszin weer terug: geld! Hoe ging ik zorgen dat we konden blijven varen? Met de collega’s van onze vakgroep Goededagvoorzitters werd er druk uitgewisseld: welke vergadertool paste het beste: ZOOM, Jitske, Teams, WEbex? Welke tools moesten we aanschaffen: groen scherm, headsets, profi mics? En hoe deden we het eigenlijk op beeld: felgekleurd jasje, haar vast of los, recht in de lens of iets eronder?  En hoe bleef het onderhoudend en interactief? Meteen greep ik de kans aan om te oefenen. We organiseerden online meetings en gingen los op elkaar. Wat werkt wel en wat niet? En wat was het fijn om zo sámen te leren en te delen, we vonden elkaar in dezelfde zorgen en hadden dezelfde onzekerheden. We vingen elkaar op als echte vrienden.

 

#Iedereenlive

En door de energie die door het web ging kwam de ark in beweging. Ik kreeg via de kans om betrokken te raken bij IedereenLive, een nieuwe vorm van televisie die geheel werd gemaakt vanuit onze woonkamers. We schakelden van woonkamer naar woonkamer om verhalen te verzamelen uit het hele land. Ik begon eerst als redacteur en al snel ook als presentator. Het gaf me enorm veel energie om zo onverwachts met zoveel inspirerende mensen, voor én achter de schermen te mogen werken. Ware cadeautjes, elke dag uitgepakt op de ark.

 

#onlinemoderator

We voeren verder in onze coronabubbel. Het weer zat mee en de sfeer was ongelofelijk goed. Mijn moeder’s aanwezigheid was een nog groter cadeau: ons hele gezin kon zich laven aan haar energie en inspiratie.

 

En toen kwam dat eerste telefoontje; de burgemeester van Noordwijk wilde een maatschappelijk alliantie opzetten om de uitdagingen van deze tijd aan te kunnen, en of ik daarbij kon ondersteunen. De eerste betaalde opdracht was binnen! En daar bleef het niet bij. Een vaste opdrachtgever van mij Louder, had het 100-jarige jubileum van haar klant Smeva omgebouwd naar een online-uitzending die ik mocht presenteren. Ik zei ‘ja’ tegen een vraag een online brainstormsessie te organiseren voor OCW over de Rijksbrede Communicatiecampagne Informatiehuishouding en dook in de wereld van Mural, waar ik dankzij onze vakgroep Goededagvoorziters mee bekend was geraakt. Twee inhoudelijke Zoom sessies volgde voor Rijkswaterstaat en Accez over de Terr Agenda en Duurzame Identiteiten, die we met interactie, polls en live muziek, zo wisten vorm te geven dat ze prima konden concurreren met een ouderwetse live bijeenkomst. En als klap op de vuurpijl werd ik ook gevraagd voor het live webinar met onze nationale zwemheld Maarten van der Weijden.

 

#WatNu?

De scholen en de opvang gingen weer open. De coronamaatregelen versoepelden en mijn moeder besloot na 56 dagen weer op haar eigen schip verder te varen. Mijn ark bleek zeewaardig en voer door over de coronazee met soms woeste golven maar ook onverwachte aangename havens.

Persconferentie na persconferentie volgde tot de dag dat de laatste werd aangekondigd. Op 24 juni vertelde onze premier dat vanaf 1 juli er weer groepen tot 100 personen bij elkaar mochten komen. De evenementensector liet zich horen! Ze voelden de noodzaak om te laten zien hoe dat er uit zou kunnen zien in een hybride vorm. Het Sprekershuys, DeFabrique en BijmanAV sloegen de handen ineen en organiseerden het driedaagse #WatNu? event. En hoe trots was ik toen zij mij vroegen de talkshow op de tweede dag te modereren over (mentale) gezondheid met onder meer Diederick Gommers.

 

#Coronainterbellum

Het klinkt gek maar met lichte weemoed sluit ik deze bijzondere coronalockdown periode af. Na een zomerstop begint het coronainterbellum met prachtige opdrachten in het verschiet.  Geweldig blij ben ik met de opdracht om een week lang , elke dag, een twee uur durende talkshow te maken met designers over Nederlands design en de grote maatschappelijke opgaves tijdens de DutchDesignweek. Maar ook de nieuwe hybride vormen die ontstaan zijn uitdagend. Zo mag ik voor Rijkswaterstaat het hybride FollowUpFestival modereren en nemen we feestelijk afscheid van Fred Paling, voorzitter UWV tijdens een hybride talkshow over Vakmanschap. Ook vieren we live-online het 5 jarige jubileum van de GOR Rijk en openen we het Haagse Onderwijsjaar met een wervelende onlineshow.

 

Normaal zal het niet meer worden, maar leuker kunnen we het niet maken!

reacties  0 reacties reageren

Als het gaat om tarieven

Als het gaat om tarieven
23-02-2018 11:00

Het was al een tijdje prachtig weer, de zon scheen uitbundig. Iemand vroeg me of ik nog een weekje vrij nam om ervan te genieten. Als zelfstandig ondernemer, ‘eigen baas’, kon je dat toch gemakkelijk doen, dacht hij misschien (waarschijnlijk). Ik zei hem dat wij zzp’ers geen ‘vrije dagen’ hebben, maar dat er dagen zijn waarop we besluiten niet te werken. En dat dat tegelijk betekent: een zonnige week niet gewerkt, is een week geen inkomen. Dan leef ik dus van het ‘vakantiegeld’ dat ik met mijn opdrachten heb verdiend.

 

Dat vakantiegeld zit in het tarief waarvoor ik werk. En eerlijk: met dat tarief mag ik blij zijn. Het is niet zomaar een bedrag, maar zorgvuldig opgebouwd. Want ik moet er ‘alles’ van betalen. Niet alleen vakantiegeld; ik moet ook zorgen dat ik pensioen opbouw, dat ik me verzeker voor als ik ziek of arbeidsongeschikt word. Ik wil kunnen investeren in opleiding en ontwikkeling. Ik heb kantoor-, marketing, ICT- en overheadkosten. Veel mensen realiseren zich dat niet als ze het bedrag horen dat ik vraag.

 

De meeste van mijn opdrachtgevers gelukkig wel. Ik voel me dan ook een gezegend zzp’er, die blij is met het werk dat ze doet. Want er zijn genoeg opdrachtgevers die mij in willen huren om wat ik kan, om wat ik doe en om wie ik ben. Een professional die een vak verstaat waar ze zelf geen weet van hebben, en die ze waarderen. Daardoor kan ik een zelfstandig inkomen verwerven waar ik goed van kan leven.

Helemaal vanzelfsprekend is dat niet. De posities van zzp’ers is complex en minder vanzelfsprekend dan veel mensen denken. Het polderoverleg over een sociaal akkoord is mislukt. Het grootste pijnpunt was daarbij de flexibilisering van de arbeidsmarkt en de toegenomen onzekerheid voor veel werkenden in Nederland.

 

Hoe ga ik daarmee om? Om voldoende zekerheid te krijgen, wil ik natuurlijk zoveel mogelijk klussen draaien tegen een zo goed mogelijk tarief. Maar dat tarief bepalen is best lastig! Het is een zorgvuldig opgebouwd bedrag zei ik eerder, waarin uiteraard ook de beloning voor de hoeveelheid werk is opgenomen. Die is niet altijd gemakkelijk te schatten. Natuurlijk staat er voor elke euro die ik offreer, dito werk tegenover. Maar vaak gaan er méér uren in zitten dan iemand zich realiseert en dan de factuur verantwoordt. Wiskundige en veelgevraagd spreker Ionica Smeets heeft er een mooie column over geschreven in de Volkskrant. Ze doet daar haarfijn uit de doeken dat een presentatie van dertig minuten op een congres haar “alles bij elkaar makkelijk twee complete dagen kost[1]”.

 

Ik mag mijn prijs dan weloverwogen en naar eer en geweten opbouwen, soms schat ik tóch niet goed in wat opdrachtgevers in gedachten hebben. Het gebeurt dat ik denk de klus in de pocket te hebben, maar toch ‘te duur’ blijk te zijn. Niet zelden is het congres dan geboekt op een prachtig locatie, met een verantwoorde cateraar en met sprekers die ‘gratis’ beschikbaar zijn. Maar het komt ook nog wel eens voor dat ik achteraf  ‘te goedkoop’ blijk te zijn. Dan ben ik er bijvoorbeeld achter gekomen dat de ludieke act van een kwartier aan het einde van de dag net zoveel kost als mijn gehele inzet inclusief intensieve voorbereiding! En ten slotte zijn er opdrachtgevers die denken dat ik het ‘om niet’ zal doen, net zoals de vorige dagvoorzitter (hoogleraar X, CEO Y). Eraan voorbijgaand dat die vooral voor eigen eer en glorie optrad en aan het eind van de maand netjes zijn maandsalaris gestort krijgt.

 

Gelukkig zijn dit uitzonderingen en zien steeds meer mensen in dat een goede dagvoorzitter nodig is om de inhoud van een dag op aansprekende wijze, op een rij en boven tafel te krijgen. En dat op zo’n manier, dat het publiek zich uitgenodigd en uitgedaagd voelt. Zij begrijpen dat dit voorbereiding en vakmanschap vraagt. En dat dergelijk vakmanschap een prijs kent.

Dus als iemand mij vraagt of ik nog een weekje vrij neem …

 

[1] . “Ik moet de vorm en inhoud met jullie overleggen, de juiste voorbeelden opduiken, een presentatie maken en oefenen. Op de dag zelf kom ik naar jullie afgelegen landgoed (in totaal vijf uur reizen), ben ik een uur van tevoren aanwezig om de techniek te testen en blijf ik op verzoek van jullie nog tot na de pauze zodat ik vragen kan beantwoorden. Na afloop stuur ik jullie netjes mijn presentatie en aanvullende informatie voor de deelnemers” – Ionica Smeets.

reacties  0 reacties reageren

No guts no glory...

No guts no glory...
05-12-2017 16:37

Meestal voel ik precies op welk moment ik kan ingrijpen. Wanneer ik tijdens een debat iemand kan onderbreken, vragen of hij of zij wil afronden, soms zelfs ‘terugplaatsen in z’n hok’. Dat is wel eens nodig, en dat is ook mijn rol: het gesprek leiden, een debat sturen, mensen tot hun recht laten komen en anderen ‘dimmen’.

 

Tijdens debatten over belangrijke - vaak maatschappelijke - onderwerpen, die ik regelmatig mag leiden, moet ik de touwtjes goed in handen houden. Er nemen meestal veel belanghebbenden aan deel; en soms, met verschillende belangen op het spel, laaien dan de emoties op. Als dagvoorzitter beweeg ik daar behoedzaam tussendoor; alsof ik in een zee zwem, waar sommige dieren elkaar te lijf gaan en andere zich proberen te verschuilen voor dat geweld. Ik probeer ze tevoorschijn te laten komen, ze uit te lokken en te betrekken. En de vechters soms uit elkaar te halen. Dat is spannend.

 

Ik moet voorzichtig laveren, maar ook de regie houden en ingrijpen als dat nodig is. Soms in een split second – bijna zonder erbij na te denken - een keuze maken om iets te doen of te zeggen, want no guts no glory. In de meeste gevallen gaat dat goed; maar ik kan me een keer herinneren dat het minder goed uitpakte. Dat bleek later.

 

Ik leidde een serie debatten; pittige bijeenkomsten over een onderwerp dat de samenleving raakte. Mijn publiek bestond uit wetenschappers, vertegenwoordigers van belangengroepen, burgers, politici, mensen uit het bedrijfsleven. Allemaal meer dan ingevoerd in het onderwerp, zeer betrokken, goed van de tongriem gesneden, enthousiaste mensen. We hadden een interactieve opzet gekozen: het programma gedurende de avonden was helemaal geënt op discussie en debat, om uit te komen op uitkomsten en antwoorden op vragen. Ik had wetenschappers op het podium die met elkaar in gesprek gingen. De zaal kwam veelvuldig aan het woord, er waren kenners die hun menig gaven over het onderwerp, tussendoor was er muziek, het bruiste! En gaandeweg werden de deelnemers steeds enthousiaster, we kregen het gevoel dat we samen echt iets bereikten.

 

Tijdens de laatste avond hing een soort euforie in de lucht. We gingen naar een eindconclusie toe. Voor het slotdebat hadden we een hooggeplaatste Europese vertegenwoordiger uitgenodigd, een gast die de ruimte moest krijgen. En die gaf ik hem natuurlijk ook. Maar ik moest ook rekening houden met de anderen, met grote namen uit politiek en wetenschap, die een podium moesten krijgen; het was een kunst om een goed evenwicht te vinden. En in mijn gevoel lukte dat ook. Ik was blij, had op de toppen van mijn kunnen geacteerd, want gewaagd blijven aan een dergelijk publiek, met zoveel partijen, vraagt voortdurende oplettendheid.

 

Toen, in die euforie, in the heat of the moment, permitteerde ik me een grapje te maken over wat er nog te doen was voordat de conclusie op papier kwam. Het was in de aanloop naar de afronding en ik reageerde misschien wat overmoedig door mijn blijdschap te uiten in een grap. Dat bleek geen gelukkige keuze. Want de opdrachtgever was helemaal niet blij geweest met mijn opmerking, wist iemand uit zijn omgeving mij al snel na afloop te vertellen. Het was een klap in m’n gezicht: ik was zo open op dat moment, opgetogen over het succes, want dat was het - werkelijk iedereen toonde zijn tevredenheid, ze waren onder de indruk van inhoud en het resultaat van de reeks debatten, maar ook van mijn aandeel daarin. Op een dergelijke feedback had ik totaal niet gerekend. Een fantastische reeks sloot af met een domper, door één minder goed ontvangen opmerking. Wat kon ik doen? Ik heb excuses gemaakt, waarbij ik merkte dat mijn opdrachtgever niet verwachtte dat zijn opmerking bij mij terechtgekomen was. Hij wuifde het, enigszins gegeneerd, weg. Toch was ik van m’n stuk, het voelde als een kater. Dankzij wijze woorden van mijn partner kon ik het later relativeren. Ik moest het niet groter maken dan het was, want alles wat aandacht krijgt, groeit.

 

Eigenlijk was het niet meer geweest dan een storm in een glas water.

reacties  0 reacties reageren